NVvR
zet vraagtekens bij uitbreiding identificatieplicht
NVvR
07/02/2003
De
Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), de onafhankelijke
beroepsvereniging van rechters en officieren van justitie in Nederland, zet in
haar advies aan de minister van Justitie vraagtekens bij het wetsvoorstel tot
uitbreiding van de identificatieplicht. De NVvR wil zich niet mengen in het
politieke debat over het praktisch nut van een algemene identificatieplicht,
mede omdat de rechter te zijner tijd wellicht een oordeel moet geven over het
resultaat van dat debat. Wel waarschuwt de NVvR voor de gevolgen van een
haastige invoering. De voorgenomen wetgeving kan (grond)rechten van burgers
aantasten. Ook vreest de NVvR dat kinderen het slachtoffer kunnen worden van
criminelen die het op hun legitimatiebewijzen hebben voorzien. De NVvR wil
daarom dat er eerst grondig onderzoek wordt gedaan naar de te verwachten
effectiviteit van een algemene identificatieplicht en de ervaringen in het
buitenland.
Grondrechten
De NVvR is van mening dat de voorgestelde regeling kritisch moet worden
bezien in het licht van internationale verdragen en grondrechten. Wanneer
burgers gedwongen kunnen worden zich te legitimeren als zij aanwezig zijn bij
bepaalde evenementen of op bepaalde plaatsen, kan dit vooruitzicht hen ervan
weerhouden gebruik te maken van de vrijheid van vergadering (art. 11 EVRM), de
vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) of de vrijheid van
godsdienstuitoefening (art. 9 EVRM). De inmenging van de overheid is groot
indien, bijvoorbeeld, bij de uitgang van een kerk of van een verenigingsgebouw
naar een legitimatiebewijs wordt gevraagd. In dit verband wordt wel gesproken
van het chilling effect van een identificatieplicht. Ook is een algemene
identificatieplicht voor een ieder die zich op de openbare weg bevindt moeilijk
verenigbaar met de aan het recht op privacy verbonden vrijheid van beweging
(Art. 8 EVRM).
Identificatieplicht en strafbare feiten
Voor zover een algemene identificatieplicht daadwerkelijk bijdraagt aan het
voorkómen van, met name, geweldsdelicten door anoniem blijvende personen, kan
de bescherming van de (grond)rechten van andere personen hiermee gediend zijn.
Het probleem is, dat er maar weinig bekend is over de effectiviteit. Zeker is
dat bepaalde vormen van identificatieplicht een bijdrage kunnen leveren in het
tegengaan van bijvoorbeeld zwartrijden in de tram of zwart werk. Het is echter
de vraag of een algemene identificatieplicht bijdraagt aan het terugdringen van
strafbare feiten en zijn doel niet voorbij schiet. De NVvR pleit daarom voor een
wetenschappelijk onderzoek en/of vergelijking met ervaringen in het buitenland.
Leeftijdsgrens
De NVvR wijst op de risico’s van het nut van een identificatieplicht voor
personen van 12 jaar. In de praktijk zal dit grote problemen op gaan leveren.
Kinderen van 12 jaar raken een legitimatiebewijs makkelijk kwijt. Ook vreest de
NVvR dat de jeugd makkelijk het doelwit kan worden van criminelen die het gemunt
hebben op paspoorten. Een intensivering van het toezicht op illegaal verblijf
van vreemdelingen maakt het voor criminelen lucratief om legitimatiebewijzen van
(minderjarige) personen af te pakken en, na vervalsing, te verhandelen.
Uit het bovenstaande volgt dat een algemene identificatieplicht verstrekkende
gevolgen kan hebben. De NVvR wil daarom dat er eerst grondig onderzoek wordt
gedaan naar de te verwachten effectiviteit en neveneffecten van een algemene
identificatieplicht en de ervaringen in het buitenland. De NVvR adviseert de
minister van justitie hiervoor voldoende voorbereidingstijd te nemen.
|